In onderstaand artikel gaat John Leeuwis, partner bij Emanon, in op de mogelijke gevolgen van de onlangs aangekondigde verhoging van de AOW leeftijd van 67 jaar naar 67 jaar en 3 maanden op de huidige pensioenregelingen, de impact op uw pensioenadministratie en de wijzigingen in koppelvlak 3 2016-09 van het Pensioenregister. Bent u er al klaar voor?

 

AOW leeftijd naar 67 jaar en 3 maanden

Het kabinet heeft in haar brief van 31 oktober 2016 bekend gemaakt dat de AOW leeftijd voor personen geboren na 31-12-1954, verhoogd wordt van 67 jaar naar 67 jaar en 3 maanden. Dit heeft gevolgen voor de aanspraken als in uw pensioenreglement als pensioenleeftijd de AOW datum wordt gehanteerd. Dit vereist ook mogelijk aanpassingen aan uw applicatie t.b.v. de pensioenadministratie.

Wat in ieder geval verandert is het tonen van de aanspraken op de vervroegings- en uitstelmomenten van het Pensioenregister. Deze zijn namelijk AOW – 2 jaar, AOW en AOW + 1 jaar. Hierbij zijn 3 varianten te onderkennen:

  1. U levert aan het pensioenregister aan dat er geen mogelijkheden zijn voor vervroeging of uitstel. In een dergelijke situatie verandert er niets.
  2. U maakt gebruik van de factorenset in het extranet van het Pensioenregister. U dient in het extranet nieuwe factoren op te voeren voor de 68-jarige leeftijd. Daarna rekent het Pensioenregister de bedragen uit op de 3 AOW tijdstippen.
  3. U levert de vervroegings- en uitstelbedragen zelf aan. U dient dan rekening te houden met nieuwe AOW datums.

 

Gegevens aanleveren op basis van de nieuwe AOW datum

De SVB zal op korte termijn de AOW gegevens aan gaan leveren op basis van de nieuwe AOW datum. Dit houdt in dat het Pensioenregister ook deze datum gaat hanteren bij het tonen van de vervroegde en uitgestelde aanspraken op de 3 datums. Hierdoor kunnen uw gegevens voor de vervroeging- en uitgestelde aanspraken, die dan nog gebaseerd zijn op de oorspronkelijke AOW datum van 67 jaar, onjuist geïnterpreteerd worden.

Een voorbeeld maakt dit duidelijk:

Een burger had een AOW datum van 67 jaar en heeft nu een AOW datum van 67 jaar en 3 maanden. Zijn ouderdomspensioenaanspraken op de pensioenleeftijd van 67 jaar bedragen € 10.000. U geeft dan op de 3 AOW datums bijvoorbeeld op:

  • AOW – 2 jaar (65-jarige leeftijd) 8.400
  • AOW (67-jarige leeftijd) 10.000
  • AOW + 1 jaar (68-jartige leeftijd) 11.000

Nadat de SVB voor deze burger een AOW datum van 67 jaar en 3 maanden opgeeft, worden de bedragen als volgt getoond:

  • AOW – 2 jaar (65-jarige leeftijd + 3 maanden) 8.400
  • AOW (67-jarige leeftijd + 3 maanden) 10.000
  • AOW + 1 jaar (68-jartige leeftijd + 3 maanden) 11.000

Conclusie, uw deelnemer krijgt dus een onjuist beeld van de vervroeging en uitstelbedragen van uw regeling. In werkelijkheid zullen de bedragen op de nieuwe AOW datums iets hoger uitvallen.

 

Wanneer nieuwe gegevens aanleveren?

Het Pensioenregister heeft de regel dat bij een collectieve wijziging de gegevens binnen 4 maanden ververst dienen te zijn. Indien de reglementaire pensioendatum wijzigt i.v.m. de koppeling aan de AOW leeftijd, dan is er in ieder geval sprake van een collectieve wijziging. Indien we uitgaan van een ingangsdatum van deze wijziging van de briefdatum van 31 oktober 2016, dan dient u de nieuwe set gegevens uiterlijk eind februari 2017 aan te leveren.

Indien de reglementaire pensioendatum niet gekoppeld is aan de AOW datum en dus waarschijnlijk ook niet wijzigt, kunt u zich op het standpunt stellen dat er voor uw fonds geen sprake is van een collectieve wijziging. Uitgaande van dit standpunt behoeft u dus niet voor eind februari een nieuwe set gegevens aan te leveren.

 

Advies

  • Indien u het Pensioenregister de vervroegings- en uitstelbedragen laat berekenen, dient u zo snel mogelijk nadat de SVB de nieuwe AOW datum aanlevert, uw factoren voor de 68-jarige leeftijd in het extranet van het Pensioenregister in te voeren.
  • Indien u zelf de vervroegde en uitgestelde aanspraken bepaalt, is het advies om op korte termijn een nieuwe gegevensset te bepalen waarbij deze bedragen gebaseerd worden op de nieuwe AOW datum van 67 jaar en 3 maanden. U kunt deze berekening wel uitvoeren op basis van de nominale aanspraken die u bijvoorbeeld voor ultimo 2015 of primo 2016 heeft vastgesteld.

 

Wijzigingen koppelvlak 3 2016-09

De belangrijkste wijzigingen in het nieuwe koppelvlak zijn:

  1. Burgers met een ingegane pensioenuitkering dienen nu ook opgegeven te worden. Dit betreft zowel burgers (gepensioneerden) met een ingegane ouderdomspensioenuitkering, als burgers (nabestaanden) met een ingegane partnerpensioen uitkering. Burgers (kinderen) met een tot uitkering gekomen wezenpensioen mogen (nog) niet aangeleverd worden.
  2. De mogelijkheid om langstlevendenpensioen in het koppelvlak op te geven, verdwijnt. Hoewel het huidige koppelvlak wel deze mogelijkheid had, werd een dergelijk pensioen niet getoond in het Pensioenregister.
  3. Bij de flexbedragen is er nu een mogelijkheid om een flexperiode met een kantelleeftijd op te geven. Hierdoor is het mogelijk om een vervroegd ouderdomspensioen met een AOW compensatie op een correcte wijze op te geven.

 

Opgeven ingegane pensioenuitkering

Burgers met een ingegaan ouderdomspensioenuitkering (gepensioneerden) en burgers met een ingegaan partnerpensioenuitkeringen (nabestaanden) moeten bij de introductie van het nieuwe koppelvlak opgegeven worden. Een ingegane pensioenuitkering kan echter in het koppelvlak uitsluitend in technische zin als een ingegane ouderdomspensioenuitkering getoond worden; het is helaas niet mogelijk om bij een ingegaan partnerpensioen dit als een partnerpensioen op te geven.

Het is heel goed mogelijk dat een nabestaande een ingegaan partnerpensioen heeft bij de ene pensioenuitvoerder, en een ingegaan ouderdomspensioen bij een andere uitvoerder. In deze situatie zal er niet zo snel verwarring ontstaan, het Pensioenregister toont beide bedragen als een ingegaan pensioen.

Als beide bedragen echter afkomstig zijn van dezelfde pensioenuitvoerder, dan kan dit wel tot verwarring leveren. Deze situatie is niet echt denkbeeldig, ondernemers-huwelijken (2 werknemers zijn / waren met elkaar gehuwd) zijn geen uitzondering. Om de kant op een dergelijke verwarring zo klein mogelijk te houden, adviseren wij u het volgende:

  • Als u in uw uitkeringenadministratie de beide bedragen (ouderdomspensioen en partnerpensioen) samentelt en als één bedrag aan uw deelnemer toont, dan kunt u dit totaalbedrag als één aansprakenset aan het Pensioenregister aanleveren. De burger / deelnemer krijgt dan een gelijk bedrag in het Pensioenregister te zien als op uw bruto / netto specificatie is vermeld.
  • Als u in het uitkeringenproces de beide bedragen afzonderlijk meeneemt, dan adviseren wij om deze bedragen als 2 aansprakensets (één voor het ingegaan ouderdomspensioen, en een tweede voor het ingegaan partnerpensioen) aan het Pensioenregister aan te leveren. De bedragen die het Pensioenregister dan toont, zijn identiek aan de bedragen van de uitkeringsspecificatie.
    In deze situatie kunt u ook de pensioensoort nog toevoegen aan het eigen herkenningsnummer dat met een aansprakenset meegegeven wordt.

 

Langstlevendenpensioen

Het langstlevendenpensioen is geïntroduceerd in het koppelvlak 2014/07. Hoewel het dus mogelijk is om deze pensioensoort aan te leveren, is deze nooit in mijnpensioenoverzicht.nl getoond. In het koppelvlak van 2016/09 is deze pensioensoort om misverstanden te voorkomen, verwijderd. Waarschijnlijk zal het langstlevendenpensioen wel in een toekomstige versie van het koppelvlak weer toegevoegd worden.

 

Flexbedragen met kantelleeftijd

In sommige reglementen wordt bij een eerdere ingang van het ouderdomspensioen dan de AOW datum, de mogelijkheid geboden om vanaf ingang van het ouderdomspensioen tot de ingang van de AOW een hoger ouderdomspensioen uitgekeerd te krijgen, en vanaf de AOW datum een lager ouderdomspensioen. Op deze wijze krijgt de burger vanaf de ingang van zijn ouderdomspensioen een gelijkblijvend inkomen. In onderstaande situatie wordt dit getoond.

overzicht-ouderdomspensioen

In deze situatie gaat het ouderdomspensioen in op de 65-jarige leeftijd, en de AOW wordt vanaf de 67-jarige leeftijd uitgekeerd. Er wordt nu vanaf de 65-jarige leeftijd tot de 67-jarige leeftijd een verhoogd ouderdomspensioen uitgekeerd, en vanaf 67 jaar een verlaagd ouderdomspensioen zodat vanaf de 65 jarige leeftijd een gelijkblijvend totaal inkomen (AOW + verlaagd ouderdomspensioen) ontstaat.

Voor de nominale aanspraken is een dergelijke situatie momenteel wel aan te leveren als gegevensset via het huidige koppelvlak. Indien bij de flexibiliseringsdatums (AOW – 2jaar, AOW en AOW + 1 jaar) ook in het reglement een dergelijke situatie toegestaan is, dan is dit in het koppelvlak 2014/07 niet op te geven; in het nieuwe koppelvlak 2016/09 is dit nu wel mogelijk.

Mocht u nog vragen hebben of in meer detail van gedachten willen wisselen over de impact en op welke wijze Emanon met UPO WebConnect u kan helpen om de gegevensuitwisseling met het Pensioenregister en het CBS te optimaliseren, neem dan gerust contact op met Emanon voor een afspraak.

 

Contactgegevens

John Leeuwis
E: john.leeuwis@emanon.nl
T: (0)26 4451302
M: 06 2731 5844

 

 

Start typing and press Enter to search